"Mensen van Redemptie"
Een bekende naam ... Kardinaal van Rossum
Gerardusklok - januari 2002
door Jan Vinkenburg C.Ss.R.
Het is me enkele keren opgevallen bij rondleidingen in de kerk van Wittem, dat mensen verwonderd vragen wat dat beeld van Kardinaal van Rossum daar moet. Als je dan zegt dat hij in Wittem gestorven is en onder dat monument begraven ligt, blijven ze je niet-begrijpend aankijken. Jazeker, mensen, hij was een van de paters van Wittem vóórdat hij naar Rome ging en daar kardinaal werd. Oh? - Het schijnt niet met elkaar te rijmen te zijn: pater van Wittem en kardinaal. Paters Redemptoristen zijn toch predikanten, vroeger vooral bekend van de volksmissies?
En een kardinaal is toch een 'ander soort' priester? Ja, wat moet ik daarop zeggen? Ook een pater kan kardinaal worden. Hij is overigens niet de enige Redemptorist die kardinaal geworden is...
Toen pater Willem van Rossum priester gewijd was, is hij eerst drie jaren leraar geweest op het klein-seminarie. Om het lesgeven te leren, zou je kunnen zeggen. Maar daarna kwam hij terug in Wittem om professor te worden in de theologie, de 'godgeleerdheid' ' Dat was in 1883. Hij deed het zo bekwaam, en had er zoveel slag van om met jongelui om te gaan, dat hij na weer drie jaar ook overste van de studenten werd, en het jaar daarop assistent van de rector. Die rector was, vanaf 1890, pater Frans Peters. Van hem staat genoteerd: '24 jaar lang rector in verschillende redemptoristenkloosters, de laatste drie jaren in Wittem, waar hij de bouw van het nu bestaande klooster begon'. Pater Peters is in juli 1893 gestorven, halverwege de bouw van het nieuwe klooster. Zijn jonge assistent en econoom, pater van Rossum, is hem toen opgevolgd, 39 jaar oud. Van de theologie naar de bouwkunde! Maar ook daaraan bleek hij bekwaam leiding te kunnen geven.
Het was intussen een periode van snelle uitbreiding bij de Redemptoristen. In 1894 hebben de Nederlandse paters de zorg voor volksmissies in Brazilië op zich genomen. Er werden dat jaar enkele paters ter oriëntatie vooruitgezonden. Na dat proefjaar besloten de oversten ook pater van Rossum, die alleskunner, als overste te sturen. Maar dat vond pater Petrus Oomen van het Generaal Bestuur in Rome toch te gek. Die man moest voor de wetenschap behouden blijven! En dus werd hij in 1895 naar Rome gehaald. Om leiding te geven aan de beoogde universitaire opleiding van jonge Redemptoristen uit de hele wereld. Maar daar is het toen niet van gekomen.
Om een lang verhaal kort te maken: in Rome had hij aanvankelijk geen duidelijke taak en dus werd de theoloog van Rossum het jaar daarop aangezocht als adviseur van de 'Congregatie van het H. Officie'. In 1904 werd hij lid van de pauselijke commissie voor de reorganisatie van het kerkelijk wetboek. In 1909 werd hij bovendien gekozen tot lid van het Generaal Bestuur van de Redemptoristen.
Als zodanig trof hij in Scala, waar Alfonsus zijn congregatie gesticht had, een verwaarloosd klooster aan van de zusters Redemptoristinnen. Dat heeft hij bij al zijn andere werkzaamheden ook nog van de ondergang gered en gereorganiseerd. In 1911 was zijn naam en bekwaamheid zo bekend geworden dat hij tot kardinaal benoemd werd. In 1918 werd van Rossum kardinaal-prefect van de 'Propaganda Fide', om zo te zeggen het missie-departement van de Kerk. En als zodanig heeft hij enorm veel gedaan voor de organisatie en het zelfstandig maken van de plaatselijke kerken in alle werelddelen. Zelf reisde hij ook de hele wereld af. Zo kwam hij in 1932 op doorreis doodmoe in Wittem aan, na een bezoek aan de Scandinavische landen. Hier is hij toen nog onverwacht op 30 augustus 1932 gestorven, 78 jaar oud.
Kunnen we kardinaal van Rossum een man van de Redemptie noemen? Hij was zeker geen doorsnee-Redemptorist, en aan hun gewone werk heeft hij nooit deelgenomen. Maar hij was het wel door zijn motivatie en, opvallend, door zoveel mogelijk deel te nemen aan hun samenzijn en hun gebedsmomenten. En als hij op zijn verre reizen tot de mensen van allerlei volkeren sprak, wist hij altijd de afstand van zijn hoge functie te doorbreken met zijn natuurlijke hartelijkheid en eenvoud. Dan was hij, naast hoge prelaat, toch ook een volksmissionaris. En moest hij vanuit zijn verantwoordelijkheid veel met bestuurders contact onderhouden, het ging toch altijd om de 'overvloedige verlossing'.