NEBO - NIJMEGEN

Historische Overzicht
NEBO Op vier oktober 1928 wordt binnen de Nederlandse provincie van de Redemptoristen een nieuw klooster met kleinseminarie te Nijmegen gesticht. Het betreft hier het St. Alfonsusklooster ofwel "Collegii Sancti Alfonsi, in monte "Nebo" Noviomagi". De kroniek opent als volgt: "alvorens wij de kroniek dezer Stichting, op dit oogenblik zeker de grootste en schoonste der geheele provincie, gaan beginnen, dienen wij eerst een blik te werpen op de geschiedenis van haar ontstaan. Zij dankt dit aan de noodzakelijkheid eener uitbreiding van ons Juvenaat", waarmee onmiddelijk het waarom van deze stichting duidelijk wordt, alsmede hoe er binnen de eigen gelederen met gepaste trots naar dit bouwwerk werd gekeken.

Al snel wordt het klooster met het kleinseminarie "Nebo" genoemd. Deze naam is ontstaan doordat de glooiing tegenover de Heilig Landstichting waarop het complex gebouwd is, gelij-kenis vertoont met de berg die Mozes uitzicht bood op het Heilig Land. De naam Nebo staat daarnaast symbool voor het uitzicht dat het kleinseminarie de studenten biedt op het priesterschap en kloosterleven. De naam wordt hierom als zinvol ervaren en al snel gemeengoed in de omgangstaal. De oprichter van het Nebo-complex is provinciaal overste Ludovicus Wouters. Het ontwerp is van architect Jan van Stuyt, die ook de Cenakelkerk van de Heilig Landstichting heeft ontworpen. Voor Nijmegen wordt gekozen, omdat de leraren van het kleinseminarie alsmede andere studiosi onder de paters Redemptoris-ten gebaat zijn bij de hier in 1923 gestichte Katholieke Univer-siteit Nijmegen (KUN). Mede door de welwillende medewerking van de pastoor van de Heilig landstichting A. Suys kent de keuze voor een vestiging te Nijmegen geen bezwaar. Wel was voor de stichting van een openbare kerk de toestemming van de bisschop van 's-Hertogenbosch nodig. Op 22 Januari 1925 geeft de bisschop zijn fiat aan het plan. Gevolg daarvan is onder meer dat de kerk een eigen kerkstuur heeft waarin ook lezen zitting hebben. Op 27 september 1925 en 4 mei 1926 geeft Pater Generaal zijn verlof voor de bouw. Het werk wordt op 23 decem-ber 1926 gaat de eerste spade de grond in. Op 1 juni 1927 wordt de eerste steen van de St. Gerarduskerk gelegd. Deze kerk wordt door de bisschop van 's-Hertogenbosch met ingang van 30 september 1928 uitgeroepen tot rectorale hulpkerk van de parochie van de H. Antonius van Padua te De Meerwijk. Op 27 juli 1930 wordt de kerk door Mgr. A. Diepen, bisschop van 's-Hertogenbosch, plechtig ingewijd. Het complex bestaat uit het St. Alfonus-Seminarie en het St. Alfonusklooster, gescheiden door de St. Gerarduskerk. Het meest opvallende is de sobere, maar lichte, op de Italiaanse renaissance geïnspireerde bouwstijl. Het is een bakstenen neoromaans complex met twee asymmetrische partijen ter weerszijden van de kerk. De kerk heeft de vorm van een neoromaanse basilica met campanile naast de gevel. Er is veel met natuursteen gewerkt en het gebouw heeft flauw hellende rode daken, die voor Neder-landse begrippen ver oversteken. Het merendeel van de schilde-ringen in de kerk is van de Nijmeegse kunstenaar Piet Gerrits. Het gehele terrein waarop het complex is gelegen is ca. 10 ha groot. Naast een tuin voor de paters, broeikassen, speel-plaats en sportvelden voor de leerlingen, is er op het terrein tevens een kloosterkerkhof aangelegd. Het verlof hiervoor is in 1927 door het Nijmeegse gemeentebestuur afgegeven.
Klik op plaatje voor vergroting

Tijdens de oorlog kent de Nebo een bewogen geschiedenis. Wegens bezettingen door de Duitse Wehrmacht, het Canadese leger en het Nederlandse leger worden communiteit en kleinseminarie gedwongen uit te wijken. Het kleinseminarie vertrekt achter-eenvolgens naar Roermond, St. Odiliënberg, Maasbracht en Glanerbrug. Verschillende paters die als lector werkzaam zijn aan het kleinseminarie vergezellen de leerlingen. Enkele paters van de communiteit van de Nebo vinden onderdak bij particulieren in een woning aan de Biesseltsebaan te Nijmegen. Weer andere paters zijn - wegens werkzaamheden aan de KUN - gebonden aan de stad en vinden daar onderdak bij derden. De kerk van de Nebo is vanaf het ingaan van de Duitse bezet-ting tot 1 oktober1944 gesloten geweest. Vanaf die dag kan ze haar deuren weer openen, hoewel onder moeilijke omstandigheden wegens de oorlogshandelingen. Volgens de kroniek wordt het gehele gebouwencomplex pas op 15 mei 1948 officieel vrijgege-ven door het Nederlandse leger, dat er een militair hospitaal in had ondergebracht. Nadat er de hele zomer van 1948 hard aan de wederopbouw is gewerkt wordt op 12 september 1948 de Nebo plechtig heropend. In oktober 1953 wordt het 25-jarig bestaan van de Nebo ge-vierd. Nadat in 1962 externe leerlingen worden aangenomen om het kleinseminarie voldoende bestaansreden te geven, worden vanaf 1966 al intensieve banden aangegaan met de nabijgelegen MMS Mariënbosch. Het kleinseminarie wordt uiteindelijk als zelfstandig instituut van de paters Redemptoristen in 1970 opgeheven. Tot 1977 blijft het als onderdeel van een scholen-gemeenschap voor HAVO, atheneum en gymnasium voortfunctione-ren. Tot dat jaar zijn er nog leerlingen op de Nebo. De semi-narievleugel wordt vanaf 1977, na het opgaan van de Nebo in het nieuwe Elshofcollege (zie onder de paragraaf werkzaamhe-den), verhuurd aan derden (de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen). Dat is tot op heden - anno 1997 - nog steeds zo. In 1978 wordt het 50-jarig bestaan van de Nebo gevierd. Tijdens de reünie van ex-seminaristen van het kleinseminarie wordt het boekje "Vijftig jaar Nebo" aangeboden. In 1975 wordt het kloosterbejaardenoord Nebo in het klooster opgericht. Het kloosterbejaardenoord is, samen met het Berchmania-num, een zelfstandige rechtspersoon en heeft een eigen bestuur. De communiteit staat dus officieel los van het kloosterbejaar-denoord ondanks het feit dat beide in hetzelfde gebouw geves-tigd zijn. Vanaf september 1992 bestaat er een samenwerking tussen het kloosterbejaardenoord van het Berchmanianum van de paters Jezuïeten, dat in de nabijheid gelegen is, en het kloosterbejaardenoord Nebo. Verwacht mag worden dat beide KBO's in de toekomst zullen samengaan, waarbij het KBO Berch-manianum, zoals het zich laat aanzien, de verpleeghuisfunctie zal krijgen en het KBO Nebo de verzorgingshuisfunctie. In 1993 wordt op instigatie van het gemeentebestuur van Nijme-gen een inventarisatie van potentiële monumenten in Nijmegen gemaakt. Ook het Nebo-complex komt mogelijk in aan-merking om een gemeentelijk monument te worden. Na drie jaar wordt het gehele Nebo-complex in de vergadering van 31 januari 1996 van de Nijmeegse gemeenteraad definitief op de ge-meentelijke monumentenlijst geplaatst.

De werkzaamheden van de Redemptoristen
van het klooster te Nijmegen.

Onderwijs
Het mag als duidelijk verondersteld worden dat het merendeel van de paters als lector betrokken is geweest bij het onderwijs aan de leerlingen van het kleinseminarie. Dit blijft lange tijd zo tot in de jaren zestig. De toeloop van semina-risten vermindert drastisch in dat decennium. Er is noggepoogd om dit proces van afname te keren door vanaf 1962 externen toe te laten. In 1968 fuseert het gymnasium Nebo met de nabijgele-gen MMS Mariënbosch van de Zusters van de Sociëteit van Jezus, Maria en Josef. In 1970 volgt de fusie met het gymnasium van de paters Passionisten, het Gabriëlcollege te Mook. Dit is ook het jaar dat het kleinseminarie als zelfstandig instituut van de paters Redemptoristen officieel wordt opgeheven. De scholengemeenschap voor Havo, atheneum en gymnasium (voortge-komen uit de gefuseerde scholen) krijgt in 1977 haar eigen gebouw, het Elshofcollege genaamd, aan de Malderburchtstraat te Nijmegen. De groep leerlingen van de scholengemeenschap, die tot dan nog in het gebouw van de Nebo is ondergebracht, vertrekt met ingang van het nieuwe schooljaar 1977/1978 defi-nitief naar het nieuwe gebouw. Enige paters blijven nog lesge-ven aan het Elshofcollege, maar het moge duidelijk zijn dat de, voor lange tijd geldende, belangrijkste taak voor de paters van de communiteit hierdoor verdwijnt. Ook vermeldenswaard binnen het kader van onderwijs is dat er verschillende paters en broeders werkzaam zijn geweest ten dienste van het noviciaat voor lekenbroeders en/of het broeder-juvenaat. Beide opleidingsvormen van de Redemptoristen zijn gevestigd geweest op de Nebo.

Externe apostolische werkzaamheden
Verschillende paters die niet aan het kleinseminarie werkzaam zijn geweest hebben apostolische en pastorale werkzaamheden buitenshuis verricht. Volksmissies, parochieretraites, preken, triduüms, retraites aan religieuzen en groeperingen behoren daartoe. Volgens een circulaire van het Provincialaat uit 1938 behoren de dekenaten Arnhem, Elst, Zevenaar, Beek-Ubber-gen, Boxmeer, Cuijk, Druten, Nijmegen en Gennep tot het werk-terrein van het klooster. Maar ook buiten deze dekenaten waren de paters van de communiteit van Nijmegen actief getuige de regis-ters van externe apostolische werkzaamheden.

Interne apostolische werkzaamheden
De bediening van rectorale hulpkerk is een werkzaamheid die tot op heden - anno 1999 - nog onverminderd voortgaat. Het feit dat de kerk geen parochiekerk is betekent dat er geen gewone zielzorg (bijv. huis- en ziekenbezoek, godsdienstles aan scholen) door de paters in de parochie uitgeoefend wordt; iets wat de paters Redemptoristen vanuit hun constituties en regels ook niet ambiëren. Ook de werkzaamheden van het secretariaat van de verering van de OLV van Altijd Durende Bijstand en de processies van de OLV van Altijd Durende Bijstand zijn hier vermeldenswaard.