| Bedevaartplaats van Maria
Roermond heeft, naast prachtige monumentale gebouwen en kerken, ook een bedevaartskapel waar al lang en nog steeds – veel mensen naartoe komen om Maria te vereren, te danken en om hulp te vragen: de Kapel van Onze Lieve Vrouw in 't Zand. Wie vanuit de stad de Kapellerlaan afloopt, ziet de Kapel in de verte liggen. Het is beslist de moeite waard om de kapel te bezoeken.
M.n. in de zomermaanden staat het beeldje van Maria in de belangstelling. De bedevaartganger of de monumentenliefhebber zal verrast zijn door de geschiedenis van deze kapel, het interieur en de sfeer die uitnodigt tot een moment van gebed en bezinning.
De kapel is sinds 1862 toevertrouwd aan de Paters Redemptoristen.
Bouw eerste Mariakapel
De oorsprong van de Kapel van O.L. Vrouw in 't Zand ligt in het begin van de 15e eeuw. In 1418 gaf het toenmalige stadsbestuur van Roermond opdracht tot de bouw van een eenvoudige Mariakapel aan de rand van een wei langs de Roer, alwaar het terrein hoger was en overging in een uitgestrekte heide. De omwonenden hoefden dan niet langer de weg te gaan naar de eigenlijke parochiekerk, de Christoffelkerk in de stad, om daar de H. Mis bij te wonen. Zo kwam het gebouwtje te staan daar waar de weg langs de Roer zich in drieën splitste 'buyten Zwartbruckers porten aen den Zande' dat wil zeggen op een kwartier gaans buiten de toenmalige omwalling van de stad Roermond. In deze kapel bevond zich een Mariabeeldje dat langzamerhand bekend werd door gebedsverhoringen.
Legende
 |
Voor het gewone volk had dit Mariabeeldje een wonderdadige werking. Een dergelijke beeltenis kon alleen maar op miraculeuze wijze in deze omgeving gekomen zijn. Zo werd de legende geboren van een herder die het Mariabeeldje gevonden zou hebben. De herder zou een jong Pools edelman geweest zijn, Wendelinus geheten, die zijn vaderland had verlaten om God in stille afzondering en onbekend te kunnen dienen. Na veel omzwervingen vond hij werk als schaapherder bij de pachter van de Muggenbroekerhof. Dagelijks trok hij met zijn kudde naar een geliefkoosde plaats: een dorre, met hei begroeide zandheuvel, waarop zich een waterput bevond. Toen hij weer eens zijn kudde schapen wilde laten drinken en daartoe een emmer water uit de put omhoog haalde, zag hij in die emmer een Mariabeeldje liggen. Hij bevestigde het in een nisje aan een boom bij de put. Het beeldje ondervond zo'n grote verering vanuit de stad dat de pastoor van Roermond besloot het naar de 'Moderkirck' over te brengen. De volgende dag echter was het beeldje weer terug aan de boom bij de waterput ten teken dat O.L. Vrouw dáár, 'in gen Zande' vereerd wenste te worden. Daarna is voor haar een kapel gebouwd. In het licht van deze legende wil de volkstraditie dat het beeldje gevonden zou zijn in 1435. Deze volkstraditie is steeds gehandhaafd, ondanks het gegeven dat de eerste kapel in 1418 gebouwd werd als buurtkapel en aan Maria werd toegewijd zonder dat er sprake was van een miraculeus beeld dat al in die omgeving verering had gevonden.
Geschiedenis puntsgewijs
-
In 1578, tijdens de Tachtigjarige oorlog moet de Kapel - ondanks dat ze dan 'mit miracelen seer beroempt is' - op last van een Spaans officier afgebroken worden. Nu kon ze tenminste niet meer ter verschansing dienen voor de Staatse troepen van Willem van Oranje.
-
Het is pas in 1607 dat weer een bescheiden bidplaats verrijst op de plaats van de afgebroken Kapel. In 1610 laat de deken van de stad, Petrus Pollius een kapel bouwen die groter was dan de voormalige. Deze bouw wordt in 1613 voltooid.
-
De toename van 'die soete devotie van onse Lieve Vrouw int Sant' maakt uitbreidingen noodzakelijk in 1684 en in 1689.
- In 1797, wanneer Roermond al enige jaren in Franse handen is, wordt de Kapel op gezag van de machthebbers gesloten. In 1802 kan de kapel weer officieel voor de eredienst gebruikt worden. De Kapel wordt nu tot hulpkerk van de parochiekerk van St. Christoffel verklaard.
 |
-
In 1862 vertrouwt de bisschop van Roermond, Mgr. Paredis, de pastorale zorg van het heiligdom toe aan de Paters Redemptoristen vanwege hun grote Mariadevotie. Dezen geven een impuls aan Kapel in 't Zand als bedevaartsoord.
De Paters Redemptoristen betrekken een klooster dat gebouwd wordt naast de Kapel, gescheiden door een ruime Processiegang die gelegenheid geeft tot het houden van processies rond de Kapel. De Kapel wordt in 1866 verbouwd door de architect P. Cuypers en verfraaid door zijn compagnon Stoltzenberg.
-
Door de gestage groei van het aantal processies en bedevaarten en de toename van het aantal inwoners in de directe omgeving blijkt de bestaande Kapel al gauw te klein. Men besluit tot een grotere nieuwbouw. De architect J. Kayser liet zich bij zijn ontwerp van de huidige Kapel leiden door de sobere vormen van de 13de eeuw Franse gotiek, met daarbij als mogelijke inspiratiebron de beroemde Sainte-Chapelle te Parijs. De officiële inwijding van het heiligdom vindt plaats op 30 april 1896.
- In het begin van de twintigste eeuw blijkt de nieuw gebouwde kapel tijdens feestdagen te klein en wordt van 1919 tot 1928 het Kruiswegpark aangelegd, naar een ontwerp van de bekende Roermondse architect dr. Pierre Cuypers. Het Kruiswegpark is een openluchtkerk met daaromheen kronkelpaden met bijzondere bomen en struiken. Er loopt een kruiswegroute doorheen van kapelletjes met levensgrote kalkstenen beelden. Daarnaast is er nog een andere route te volgen die bekend staat als ‘de processieweg’: wegkapelletjes met schilderijen van A. Windhausen (1863-1946) die de geschiedenis van de Kapel en het genadebeeld uitbeelden.

Stormen en oorlogsgeweld
Door de jaren heen heeft de aanblik van het neogotische exterieur nogal wat wijzigingen moeten ondergaan. Op 5 november 1921 raast een storm over de stad die de oorspronkelijk 34 meter hoge, ranke daktoren (even hoog als de Kapel zelf!) zodanig kraakt dat hij afgebroken moet worden. Drie jaar later wordt deze toren vervangen door het huidige, half zo hoge angelustorentje, ontworpen door de Roermondse architect Franssen. Een tweede verminking van het gebouw vindt plaats in 1940. Wanneer een van de hoektorentjes in de westgevel tijdens een (november-) storm zwaar gehavend wordt, besluit men beide torentjes af te breken. Net voor de bevrijding, in januari 1945, leiden oorlogs-handelingen tot verdere ontluistering van het gebouw. Het dak wordt doorzeefd met granaten, het interieur wordt één chaos. De belangrijkste herstelwerkzaamheden duren van einde 1945 tot maart 1947. Wat niet meer opnieuw aangebracht wordt, is de markante smeedijzeren nokversiering. In 1992 veroorzaakt een aardbeving zware schade aan het gewelf en de triomfboog. Daarna volgt een algehele renovatie. De Kapel zoals ze er nu staat heeft gelukkig toch nog veel van de oude glorie bewaard. De Kapel fungeert sinds jaar en dag als rectoraatskerk, streekkerk en bedevaartskerk.
|