Kathedraal St.Petrus en Paulus
Paramaribo - Suriname

De St. Petrus en Paulus Kathedraal in Paramaribo werd gebouwd in de jaren 1883-1885. Nadat de eerste R.K. kerk in Suriname bij de grote brand van 1821 verwoest was, zag men uit naar een nieuw gebouw. Eerst vond men onderdak in het hoekhuis aan de Zwartenhovenbrugstraat en de Wagenwegstraat, op de plaats waar nu theater Star zich bevindt.
Dit gebouw was echter veel te klein. Door bemiddeling van kerkmeester H. van den Berg, die woonde aan de Gravenstraat, op de plek waar zich nu de Grote Pastorie bevindt, viel de aandacht op een leegstaand Joods theater, bij hem aan de overkant van de straat. Dit theater dat de tegenhanger had willen zijn van theater Thalia, had de naam van ' de Verrezene Phoenix'. Op 24 maart 1824 werd het gebouw gekocht en twee jaren later was het zodanig verbouwd en ingericht dat het als kerk en tevens als pastorie in gebruik kon worden genomen. Ondanks voortdurende reparaties, verbeteringen en uitbreidingen bleef het gebouw problemen opleveren. In 1882, na bijna 50 jaar als kerk in gebruik te zijn geweest, kwam van hogerhand de aanmaning om de kerk te sluiten vanwege toenemend instortingsgevaar. Het hoofd van de RK Missie, Mgr. J. Schaap, apostolisch vicaris, gaf de opdracht om met een totaal nieuw gebouw te beginnen. Met deze opdracht werd belast frater Frans Harmes (geb. 1835 te Venlo, overl. 1894 te Paramaribo), van beroep timmermanaannemer. Deze had zijn sporen als bouwer in Suriname al verdiend door de bouw van kerken te Coronie te Buitenrust, Batavia en andere plaatsen. Frater Frans ontwierp een kerk die gebouwd zou moeten worden over de oude kerk heen. Deze kerk zou 161 voet lang en 54 voet breed worden. Er zouden twee torens komen van 120 voet hoog, ongeveer 44 meter. De kerk zelf zou 48 voet hoog worden. Frater Frans was lid van de Congregatie van de Redemptoristen. Deze congregatie kende in die tijd een enorme expansie over heel de wereld. Dit hield ook in dat overal waar de Redemptoristen neerstreken, zoals in Noord- en Zuid- Amerika, er kerken gebouwd gingen worden. Men ging bij elkander te rade en nam van elkaar ideeën en ontwerpen over. De Kathedraal van Paramaribo heeft duidelijk kenmerken van de Redemptoristenkerk te Roosendaal, Nederland, maar ook van de basiliek van de Redemptoristen te Boston, V.S. (1874), met name wat de voorgevel betreft. Op 30 januari 1883 werd de eerste steen gelegd. Het gebouw werd volledig opgetrokken in hout en is gebouwd als een volwaardige basiliek op een kruisvormige plattegrond, geheel in de traditie van de toenmalige kerkenbouw in de wereld. Op 10 juli 1885 werd de nieuwe kerk ingezegend. De oude kerk, binnenin, die als steiger en houvast had gediend was toen zo goed als geheel afgebroken. Het duurde nog jaren voordat de kerk geheel was afgebouwd. De torenspitsen dateren uit het jaar 1901. Het gebouw domineert met zijn twee torens het stadsbeeld; de kleurstellingen met geel en grijs (symbolisch voor resp. zand-en hardsteen) is afwijkend van de witte kleur van de overige houten gebouwen in de binnenstad.

Van binnen
In tegenstelling tot het exterieur is het interieur geheel ongeschilderd en uitgevoerd in cederhout. Ook hier is een onmisbare relatie met kathedralen in Europa aanwezig door de zuilenrijen, bogen en gewelven, gebeeldhouwde kapittelen, basementen en sierhekken. De feitelijke ontwerpen zijn echter uit Suriname zelf. Het houtsnijwerk in de kerk is naar een ontwerp van pater Mr. A. Borret. Zijn voortijdig overlijden heeft gemaakt dat zijn oorspronkelijke ontwerpen niet geheel en al zijn doorgevoerd. Belangrijke details: het sierhek van de doopkapel, de steunberen van het oxaal, de teksten in de bogen bij de ingang, het triomfkruis, de medaillons van Petrus en Paulus. Ook zijn de ramen en boogvensters uitgevoerd in verschillende patronen. Het roosvenster in de voorgevel is duidelijk geïnspireerd op het roosvenster in het hoordertransept van de Notre Dame te Parijs. Het grote orgel boven de ingang is van de fa. Maarschalkerweerdt uit Utrecht en gerestaureerd door de fa. Vermeulen uit Weert, Nederland. In een van de torens hangen drie klokken, gegoten door Petit en Frotzen te Aarle Tixel in 1885.

Onderhoud
Het onderhoud van de kathedraal heeft vanaf het begin veel zorgen gebaard. Doordat het dak geen overslag had, was er ongewenste invloed van zon en regen op de buitenwanden. Lekkages die rottingen veroorzaakten, waren een voortdurende bedreiging. In de jaren zeventig van deze eeuw was de kerk aan een grondige restauratie toe. In 1977 kon men daar eindelijk mee beginnen. De werkzaamheden duurden twee jaren. Al tijdens de restauratie begonnen er veranderingen op te treden in het gebouw. Er kwam een groeiende scheefstand die in de jaren tachtig steeds erger werd. In. oktober 1989 was de situatie van dien aard dat het niet langer verantwoord leek om de diensten in de kerk voort te zetten. Het gebouw moest worden gesloten voor de eredienst en andere bijeenkomsten zoals concerten. Had men eerst nog getracht met hulpconstructies de kerk te stabiliseren, al spoedig bleek dat dit niet afdoende was en dat een algehele her-restauratie van het gebouw nodig was, te beginnen met de stabilisatie van het gebouw. In 1995 kon men pas met de herstelwerkzaamheden beginnen. Eerder was dit praktisch onmogelijk omdat men aanvankelijk geen idee had hoe deze zaak technisch aan te pakken. Bovendien ontbraken de nodige financiën. Onder leiding en met behulp van Ir. W.B.J. Polman, architekt, restauratiedeskundige uit Nederland, zijn vele van deze problemen opgelost en is men begonnen met het uitvoeren van een ' twintig stappenplan' dat de algehele restauratie van de kathedraal omvat. De kathedraal heeft een inhoud van 15.500 m3 en is daarmee het grootste houten gebouw, niet alleen van Suriname en de regio, maar waarschijnlijk van heel de wereld. De bouw van zo'n werk kan in zijn tijd als een zeer gedurfde onderneming worden aangemerkt, vooral door de toegepaste constuctie. Deze constructie kan wel als vrij fragiel worden aangemerkt. Bij de komende restauratie zal op praktische wijze het gebouw worden versterkt.

Herstel Kathedraal Tweede Fase
Wie nu langs de kathedraal komt in de Gravenstraat, kan met eigen ogen zien dat er hard gewerkt wordt. De eerste fase van het herstel richtte zich op de stabilisatie van het gebouw. De werkzaamheden hiervan speelden zich hoofdzakelijk af binnen het gebouw en onttrokken zich aan het zicht van de buitenstaander. Deze eerste fase is nu afgesloten. Het gebouw kan zich nu niet meer bewegen en verder gaan overhellen. Overigens is de constructie die binnen is aangebracht slechts een voorlopige.
Nu, in de tweede fase, wordt het dak ontlast. De te zware dakbedekking die deels uit natuursteenleien, deels uit kunststofleien bestaat, wordt voor een goed deel verwijderd en vervangen door dakplaten, die een veel minder gewicht hebben. De bedoeling hiervan is -behalve om lekkages in de gebroken en poreuze dakleien te verhelpen - om het totale dakgewicht dusdanig te verminderen, dat het rechtzetten van het gebouw gemakkelijker kan plaatsvinden. Van de nulstand waar het gebouw zich sedert de fixatie bevindt, zal op korte termijn geprobeerd worden om door middel van het aandraaien van wortels ( schroeven) het gebouw zoveel mogelijk naar zijn oorspronkelijke toestand terug te brengen.

april 1997