Spiritualiteit van het gewone
Verkenning rond het eigene van Klooster Wittem

Philippe Cremers

In 2006 bestond de Vereniging Pastoraal Werkenden (VPW) Roermond 25 jaar.
Kort voor de opheffing van de VPW vond op 15 september 2006,
in het Redemptoristenklooster van Roermond, een jubileumcongres plaats.
Eén van de sprekers was drs. Philippe Cremers, directeur van Klooster Wittem.
In zijn inleiding verkent en herijkt hij de eigenheid van het
Redemptoristische project in Wittem.
Graag delen we dit met de bezoekers van de website


Printvriendelijke versie

Naar een Spiritualiteit van het gewone
Oftewel  Die Mysterien finden im Hauptbahnhof statt.

Waar staat Klooster Wittem voor?
Klooster Wittem is een leefgemeenschap van redemptoristen en een centrum voor pastoraat en christelijke inspiratie. Het biedt mensen in een breed spectrum van religieuze, cultureel-religieuze en culturele activiteiten gelegenheid om in contact te komen met de christelijke traditie. We willen daarbij recht doen aan de ‘sensus religiosus’ van de geseculariseerde en geïndividualiseerde mens. We hopen, dat mensen met verschillende achtergronden inspiratie kunnen opdoen voor hun dagelijks leven, en vragen rond pastoraat, spiritualiteit, zingeving en maatschappelijke ontwikkelingen kunnen verhelderen en verdiepen. 

Drie kernwoorden.
Wanneer mensen mij vragen waar Wittem nu eigenlijk voor staat, dan noem ik drie krachtlijnen. En die lijnen staan (nog) nergens officieel op papier, maar vormen voor mij de blauwdruk, het ideaalbeeld van de toekomst van Klooster Wittem. Het gaat om de volgende drie:
 
1 - Gestalte geven aan het charisma van leken.
Dit is een echt kerkelijke krachtlijn, waar vanaf het prilste begin (eind tachtiger jaren) aan wordt gewerkt en wat we doorzetten. Ongeacht de tegenwind die er van kerkelijke overheden ook mag zijn, moeten we werken aan de zorg en verantwoordelijkheid die leken willen dragen voor de voortgang van onze traditie, ook in kerkelijke zin. In Klooster Wittem krijgt dat gestalte in:

  • het feit dat vrijwel de gehele inhoudelijke, beleidsmatige en uitvoerende verantwoordelijkheid voor wat aan activiteiten in, rondom en vanuit Klooster Wittem gestalte krijgt in handen ligt van leken.
  • de mogelijkheid van het lidmaatschap van leken van de leefgemeenschap van Klooster Wittem
  • een cursusaanbod op het gebied van pastorale toerusting
  • vorming op het gebied van de christelijke traditie (bijv. bijbel(preek)groepen, studiegroep rond nieuwe encycliek, verdiepingsbijeenkomsten in aanloop naar kerkelijke hoogtijdagen, e.d.)

2 - Vormgeven aan een cultuur van de ontmoeting
In onze cultuur worden ontmoetingsplaatsen steeds zeldzamer. Ik wil daar niet te simplistisch over doen door eerst een situatie te schetsen die gekenmerkt wordt door polemiek, competitie en/of verharding tussen bevolkingsgroepen en vervolgens het beeld scheppen van een idyllisch Wittem waar alles pais en vrêe is. Waar ik wel op wil wijzen is

  • dat zich in Wittem een internationale leefgemeenschap aan het vormen is, met mensen uit Nederland, België, Duitsland en Armenië;
  • dat binnen de werkgemeenschap naast Nederlanders ook Belgen, Duitsers en Syriers rondlopen;
  • dat er jaarlijks in de goede week reizigers/zigeuners uit het hele land naar Wittem komen om er Goede Vrijdag te vieren;
  • dat er eenmaal per kwartaal een orthodox-arabische liturgie plaatsvindt;   
  • dat we in ons bezinningsaanbod uitdrukkelijk wetenschappelijke onderzoeksinstituten als Soeterbeeck en het VU-podium uitnodigen om het gesprek over zingevingsvraagstukken in onze samenleving ook binnen onze muren te voeren.
    We willen in de breedheid van onze programmering -van rondleiding voor bedevaartgangers tot kerststallententoonstelling en van kloosterboekhandel tot een cursus ‘Natuurlijk schrijven’- uitdrukkelijk een plek zijn waar mensen van allerlei opvattingen, slag en pluimage elkaar, maar ook zichzelf, kunnen ontmoeten en in gesprek kunnen gaan over wie ze zijn, over wat hen drijft en over wat hun verlangens, dromen en idealen zijn. Bovendien willen we een plek zijn waar we die ontmoeting en betrokkenheid kunnen vieren.

3 - Ontwikkelen van een spiritualiteit van het gewone.
De aanleiding voor wat ik ben gaan noemen een ‘spiritualiteit van het gewone’ is drievoudig.
Om te beginnen is er de ervaring die ik opdeed tijdens het geven van een cursus rond parochieopbouw. Die cursus besloeg 7 bijeenkomsten en halverwege, in de vierde bijeenkomst, was de opdracht aan de cursisten dat zij iets van hun spiritualiteit moesten laten zien. Wat gaf hen het idee, de kracht, wat motiveerde hen, om met dat parochiewerk bezig te zijn. Als je de eerste keer zo’n cursus geeft verwacht je nog dat mensen met een bijbelverhaal, een mooi lied van Oosterhuis of op z’n best een gedicht van Herzberg of zo binnen komen. Ik zal jullie snel uit de droom helpen: er zijn ondertussen zo’n 40 cursisten geweest en een 4-tal beantwoordde aan dat idee. En van die 4 waren dat 3 pastoors – die ook aan die cursus deelnamen. Maar over het algemeen komen mensen met hun trouwfoto, met een koffer vol spullen die in de loop van hun leven van betekenis zijn geworden, met een zelfgeschreven gedicht over de eenzaamheid die ze bij een zwerver hebben gezien of met het lied “'t Is nog noëts zoë donker geweës “, van Paul van Loo. Dit soort alledaagsheid inspireert mensen blijkbaar om iets in en voor de parochie te doen.

Een tweede aanleiding voor deze ‘spiritualiteit van het gewone’ ligt in de spiritualiteit van de redemptoristen. Totdat ik bij hen in dienst trad, zei die spiritualiteit van de redemptoristen me niet zoveel. Als iemand me er naar gevraagd zou hebben, had ik serieus met mijn mond vol tanden gestaan. Maar in de loop van de tijd heb ik me er wat meer in verdiept en met name in het leven en denken van 2 van hun voormannen, te weten Gerardus Majella, de heilige die vereerd wordt in Wittem en Alfonsus de Liguori, de stichter van de congregatie. Een van de krachtlijnen die ik daar heb menen te kunnen ontdekken is de openheid van redemptoristen voor de alledaagsheid van het bestaan. Ik weet het, er zijn veel vragen te stellen bij de lijdensmystiek van de redemptoristen in de 18e eeuw, bij hun bijna slaafse en soms zéér politieke kerkelijkheid in de 19e  en 20e eeuw maar, er zijn ook -tot op de dag van vandaag- inspirerende bronnen, zoals de keuze van Alfonsus om het evangelie onder de armen te verkondigen omdat de reguliere clerus zich liever goed liet betalen; Gerardus die als heilige werd gezien omdat hij op wonderlijke wijze mensen bij elkaar kon brengen; de ontwikkeling van een liberale moraaltheologie door o.a. Leonard Buys; de ‘theologie van het leven’ zoals verschillende onder ons die nog gedoceerd kregen van Henk Manders en de keuze die Piet Nelen met de oprichting van BIS maakte voor een Vastenactie die werkelijk evangelische bevrijding (en geen verdoezelende evangelisering) voor mensen in de Derde Wereld betekende. Redemptoristen hebben nooit uitgeblonken op specifieke gebieden, als onderwijs of gezondheidszorg of armoedebestrijding of iets dergelijks; ze hebben wel altijd dicht tegen het alledaagse leven van mensen aangeleefd.

De derde reden om over zoiets als ‘spiritualiteit van het gewone’ na te denken heeft een polemischer karakter. De laatste jaren steekt geregeld het commentaar de kop op dat het aanbod van Klooster Wittem te elitair is, zou zijn. Er zou te weinig aanbod zijn voor de “gewone mensen”.  Voor mij werkt het gebruik van omschrijvingen als ‘gewone mensen’ als een rode lap op een stier. Ik sta daar even iets nader bij stil omdat ‘de gewôone luuj’ binnen het pastoraat geregeld als argument gebruikt worden om veranderingen tegen te houden. Om te beginnen weet ik niet goed wat ‘gewone mensen’ zijn. Zelf ervaar ik mensen in toenemende mate als ongewoon of buitengewoon. Maar ook sociologisch is er volgens mij geen definitie van zog. ‘gewone mensen’ te geven. Als er binnen de wereld van het pastoraat over gewone mensen gepraat wordt,  wordt er meestal een ideaaltype mee bedoeld van een eenvoudige mens die het reilen en zeilen van de grote wereld aan God overlaat, die weet waar zijn verantwoordelijkheid ligt en die gewoon geboren is voor het werk dat hij doet en zich dat realiseert. Als het even kan voelen we op de achtergrond de opkomende zon en zien we een ploegende boer… Als er gesproken wordt over de ‘gewone mensen’ dan worden er een wereldbeeld opgeroepen en een eenvoud gesuggereerd die niet bestaan. Je daar in je pastoraat op baseren, acht ik pastorale kwezelarij. En niet dat ons dat niet allemaal wel eens overkomt, maar als we ons dat realiseren, dan moeten we er afstand van nemen. Waar Klooster Wittem wél voor wil staan en voor wil openstaan is de alledaagsheid, het gewone van het leven, niet enkel omdat zich daarin het leven afspeelt, maar ook omdat juist in die alledaagsheid de energiemomenten en inspiratiebronnen voor veel mensen liggen.

Waar gaat het over?
Ondertussen is in deze voordracht het begrip ‘spiritualiteit’ te pas en te onpas gebruikt. Een heldere omschrijving daarvan geven is ook bepaald geen sinecure. Als ík het over míjn spiritualiteit heb, dan noemt mijn vrouw dat ‘dwangmatig handelen’, en als zíj het over háár spiritualiteit heeft, dan noem ík dat ‘zweverig gedoe’. De dikke van Dale heeft het over ‘geestelijk bestaan’ en ‘geestelijke levenshouding’; Sharon Janis heeft er met haar ‘Spiritualiteit voor dummies’ een heel boek voor nodig en in de dikke Waayman staat –bij wijze van spreken- op elke bladzijde een omschrijving. Uiteindelijk heb ik in het digitale broertje van de dikke van Dale –‘Van Dale’s Taalweb’- een omschrijving gevonden die ik -voor dit moment- werkbaar vind. De omschrijving van ‘spiritualiteit’ luidt daar ‘geestkracht’. 

Wat nu, spiritualiteit van het gewone?
Wanneer ik het heb over de spiritualiteit van het gewone dan bedoel ik precies dat: de geestkracht van het gewone. Het alledaagse, het gewone roept een kracht in ons wakker die ons in beweging zet. Sterker nog, het alledaagse zet ons niet enkel in beweging, maar heeft ons ook iets te zeggen. Maar dat betekent wel dat we door de werkelijkheid, door het alledaagse heen moeten durven kijken.

Wat nemen we waar -  het tweede gezicht van dingen en gebeurtenissen.
Het ontwikkelen van een spiritualiteit van het gewone, betekent dat we moeten leren lezen en luisteren. Het is de kunst van het leren ontwaren en waarnemen van het tweede gezicht van dingen en gebeurtenissen.  Ik zal een voorbeeld geven. In mijn beurs zit een papiertje en daar staan wat handgeschreven woorden op. Het is gewoon schrijfblokpapier met vulpen beschreven. Het handschrift doet wat officieel aan, het zou van een notaris of zo iemand kunnen zijn. Het velletje is niet meer dan een dagelijks ding. Totdat mijn moeder of broers of zus het in handen krijgen. En zonder het velletje te lezen, zonder de inhoud te kennen, zullen ze een brok in hun keel krijgen of emotie in hun stem. Want aan het handschrift kunnen ze zien dat het ooit door mijn vader, die bijna 10 jaar geleden stierf, geschreven is. Het gewone beroert hen, maakt iets in hen wakker, hun jeugd, een gezinsleven en liefde, maar ook de bijkomende ruzies en verdriet komen terug. Een eenvoudig handgeschreven blaadje zet in beweging, zegt iets over wie we zijn, over wie ik ben…

Beste mensen, u kunt zich voorstellen dat opeens niet enkel de inhoud, maar ook de koffer zelf van die mijnheer tijdens de cursus parochieopbouw, of een gewone stoel in een willekeurige huiskamer, of een vergiet in de keuken, een kledingsstuk, enz. elk een verhaal dragen. En niet zomaar een verhaal, maar een verhaal over mensen en hun herinneringen en hun levensmomenten. En dat hoeft allemaal niet zo romantisch te zijn als ik nu oproep. Ik heb iemand gekend, die niet in de buurt van een wei wilde komen. Niet omdat hij bang was voor koeien of niet tegen de stank kon, maar omdat de prikkeldraad die erom heen stond hem terugbracht naar het concentratiekamp waar hij gezeten had.

Zo zullen we ook -zo we dat als professionele pastores al niet doen-  gebeurtenissen moeten leren lezen. Ongelukken, geboortes, verhuizingen, vriendschappen, sterfgevallen, enz. De lijst is onuitputtelijk…  De concrete en fysieke wereld spreekt over de werkelijkheid van een andere wereld. Ikzelf ben van mening dat het onderliggende verhaal van die werkelijkheid tegelijkertijd over onderlinge verbondenheid van mensen en de kwetsbaarheid van mens-zijn gaat. Immers enkel al het feit dat er dingen, dan wel gebeurtenissen zijn (fabricage) en gezien worden (herkenning), is resultaat van onderlinge verbondenheid van mensen. En de kwetsbaarheid van mens-zijn zit in het risico dat de onderliggende werkelijkheid van die onderlinge verbondenheid niet gezien wordt.

Goed, even terug naar de oppervlakte: als het gaat over spiritualiteit van het gewone, dan gaat het over de geestkracht van het alledaagse. Over de wijze waarop wij door gewone dingen, door alledaagse gebeurtenissen geprikkeld worden ons leven te verstaan en richting te geven. Aan de hand van het alledaagse kunnen we aldus op het spoor komen van de eenheid van - en in ons leven en de breuklijnen en schaduwkanten van wie we zijn. Wat mij betreft hoeven we dus geen exotische reizen te maken, geen spiritistische ervaringen op te doen of de sensatie van een bungee-jump te voelen om geïnspireerd te worden of om een inspirerende mens te zijn.

Waar ik in Wittem voor wil staan is dat de dagelijkse ervaringen van mensen ons genoeg zijn. Dat we met mensen die dagelijks ervaringen delen om op het spoor te komen van de betekenis die ze voor ons en ons mens-zijn hebben. En de betekenis die dat vervolgens kan hebben voor de wijze waarop we samen leven.

Niet enkel Gerardus.
Voor veel mensen is Gerardus als heilige die in Wittem vereerd wordt altijd al iemand geweest die betekenis gaf aan hun alledaagsheid. Of juist de last van de alledaagsheid voor hen verlichtte. Gerardus deed en doet in Wittem dus nog steeds goed werk - wonderen. Maar hij kan het werk niet alleen aan en wordt ook niet meer door iedereen verstaan. Echter, het directe pastorale contact is ook in Wittem, vanwege het slinkend aantal pastores, steeds moeilijker te organiseren. Maar dat wil niet zeggen dat er geen andere manieren zijn om de ervaringen van verbondenheid en kwetsbaarheid die onder de verf van de alledaagsheid liggen opgeslagen op te roepen.

Daarom organiseren we bijv. tentoonstellingen. Zo wil ik wijzen op de tentoonstelling van Femke Habets, vorig jaar tijdens de Kunstdagen Wittem. Deze net afgestudeerde kunstenares verbeeldde de broosheid, maar ook de verbondenheid van ons bestaan o.a. in een koord waaraan ze de verschillende paren schoenen die ze vanaf haar prilste jeugd gedragen had, geregen had. Babyschoentjes, communieschoentjes, balletschoentjes, sandalen, kistjes, pumps… Opeens werd haar hele bestaan zichtbaar: waar ze vandaan kwam, wat ze had meegemaakt en wie ze vandaag de dag was.

Daarom organiseren we bijv. concerten. De reeks ‘Sjoën Leedjes’ (met liedjeszangers Paul van Loo, Henk Steijvers, Gé Reinders en Arno Adams), mag dan commercieel ook een succes zijn –wat wil zeggen dat we quite spelen-, onze inzet was en is echter het naar boven halen van ervaringen waarin kwetsbaarheid en verbondenheid tastbaar, voelbaar en herkenbaar zijn. De liedjeszangers weten dat dat uitdrukkelijk onze bedoeling is en zij schaarden zich ook zonder veel problemen achter de werktitel ‘Liederen van geloof, hoop en liefde’. Die werktitel werd later, omdat één van de sponsoren dat te kerkelijk vond klinken, veranderd in ‘Sjoën Leedjes’.

Daarom organiseren we bijv. lezingen. Zoals de lezing die Anselm Grün gaf. Niet enkel in zijn boeken,maar ook in zo’n lezing wordt dan opeens concreet helder hoe rijk de werkelijkheid onder de alledaagsheid van het leven is. En hoe God daar een plaats in heeft.
Bovendien hebben we de wekelijkse liturgie, een boekhandel, we hebben de Gerardusklok, ons maandblad en er is de Gerardus-scheurkalender. En veel is aan revisie toe, dat zal ik direct toegeven, maar wij zien daar in potentie mogelijkheden om verbondenheid en kwetsbaarheid aan te raken.

En God dan..?
Ik heb sommigen van jullie ondertussen horen denken: ‘Haalt-ie het einde zonder het woordje ‘God’ in zijn mond te nemen..?’ En anderen heb ik horen denken: ‘Het is toch niet mogelijk dat iemand die in een klooster werkt over spiritualiteit spreekt zonder ook over God te spreken..?’
Nee, het is voor mij niet mogelijk om niet over God te spreken in dit verband. Maar, ik ben ook een leerling van Toine van den Hoogen, die me heeft bijgebracht dat theologie ook altijd theologische antropologie is, en dat we God niet te snel en teveel moeten inhalen als de reddende parachute onder de zitting van het neerstortende vliegtuig. –Binnen de wereld van striptekenaars is dat het beeld dat zij gebruiken om aan te duiden dat een moeizaam en vastgelopen verhaal een totaal ongeloofwaardige en te makkelijke oplossing heeft meegekregen-.

Natuurlijk is de menselijke geschiedenis een heilsgeschiedenis waarin God aanwezig is, en als gelovige twijfel ik daar geen dag, geen moment aan. Ik héb mijzelf niet aan mijn haren uit het moeras omhoog getrokken en ik bén ‘mijzelf gegeven’. Maar God blijft bovenal een mysterie, waar we slechts prevelend en twijfelend iets over kunnen zeggen. En ik vind ook dat we ons dat in Wittem goed moeten realiseren wanneer we het hebben over de ‘spiritualiteit van het gewone’. God is niet het antwoord op de vraag naar het mysterie van het leven, maar God is het mysterie, dat zichtbaar wordt in o.a. die zojuist genoemde verbondenheid en kwetsbaarheid.

Beste mensen, het mag niet verwonderlijk zijn dat ik een citaat van de Duitse kunstenaar Joseph Beuys die in 1986 overleed, als ondertitel voor deze voordracht heb gebruikt. Beuys was een van de mensen die kunst zag als een instrument voor sociale en geestelijke verandering: „Die Mysterien finden im Hauptbahnhof statt.“ Wat daarmee gezegd wil zijn onderstreep ik van harte. In de ervaring van het dagelijkse, het gewone, ontvouwt zich ons mens-zijn. En dát en hóe het zich openbaart moeten we willen zien. Maar dat het uiteindelijk in al zijn alledaagsheid een werkelijk mysterie blijft moeten we ons blijven realiseren.

Ik dank voor jullie aandacht.

Philippe Cremers,
Wittem, 12-15 september 2006.

Deze keer o.a. geholpen door Leonardo Boff, Theo Zweerman, Ger Groot, Anselm Grün en het idee dat ik een bondgenoot kan vinden in Fulbert Steffensky, wiens vorig jaar verschenen boek de titel ‘Schwarzbrot-spiritualität’ (’Roggebrood-spiritualiteit’) draagt.