Een mens sleept wat met zich mee! Als wij vroeger op vakantie gingen stond er in de gang klaar wat er in de auto mee moest. Je houdt het niet voor mogelijk! Met twee kleine kinderen stonden er luiers, tassen met kleren, een opklapbare box, kinderbedjes, de tent natuurlijk, gasstel, tafeltje, stoelen wandelschoenen, sandalen, slippers, gewone schoenen. En niets leken we te kunnen missen. Heb je de blikopener, de koffiefilter niet vergeten, en de reiswekker? Een stapel boeken, zonnebrandolie, blikgroenten, fruit voor onderweg en hardgekookte eieren, de wereldontvanger om de Tour de France bij te houden... Ongelofelijk wat je allemaal mee op reis denkt te moeten nemen. Het wordt al anders als je met de trein gaat, dan selecteer je beter. En op de fiets kijken we nog beter uit. Maar, de wandelaar zal bij élk stuk dat hij meetorst tien keer nadenken, want voor hem is bagage geen gemak maar een last. Een tandenborstel, reservekleding, adresboekje, wandelkaart en wat geld.
Vrienden en vriendinnen, wat nemen wij mee als we uitgezonden worden?
Toen ik al twee jaar hier in Wittem werkte, realiseerde ik me op een dag dat ik hier als klein kind dikwijls met mijn oma kwam. Verschillende professoren tijdens mijn theologiestudie waren redemptoristen. Maar zelfs tijdens mijn studie zag ik niet wat nu het eigenlijke en eigen charisma van de redemptoristen is. Dat is pas in die jaren dat ik hier in het klooster ben, gegroeid. En daarin ligt ook de kracht van dat charisma: het lijkt nogal gewoontjes. Wat is dan dat charisma van de redemptoristen?
Voor mij begint dat - vooraf aan alles - met genade. Het besef en de overtuiging dat ik me niet zelf aan m’n haren uit het moeras getrokken heb. Dat besef herken ik in de traditie van de redemptoristen en de houding van velen onder hen. Er is een basisvertrouwen dat zegt: het is goed dat je er bent, wie en wat je ook bent of wat er ook gebeurt is, - we hebben je nodig, er is werk aan de winkel!
Een ander aspect van het charisma ligt in het zoeken en streven naar verlossing in de alledaagsheid van het leven. En daar is in theologische en psychologische en spirituele zin natuurlijk heel veel over te zeggen, maar wat mij betreft gaat het om evangelische verlossing: mijn leven kan nooit een bevrijd leven zijn zolang anderen niet ook verlost zijn. En concreet betekent dat: samen met anderen zoeken naar wat menswaardig leven is en dat trachten vorm te geven. En dat is geen plat moralisme, maar een gelovig zoeken. Met alle frustraties die dat met zich mee kan brengen. Uiteindelijk gaat evangelische verlossing over onze verbondenheid met de wereld om ons heen als teken van Gods verbondenheid met ons.
Die verlossing is niet zozeer of enkel een kwestie van verkondiging van het woord, maar wordt helder in de daden die we verrichten. Dat is ook zo’n aspect dat me aanspreekt in het redemptoristisch charisma. Een actief-pastorale en praktische insteek. God’s genade komt van alle kanten en op allerlei wijzen tot ons, maar, -dat is mijn overtuiging- in en door mensen komt ze tot volle wasdom.
Verlossing wordt ook transparant in de ruimte die we scheppen voor anderen. En niet alleen in ons eigen concrete leven, maar ook letterlijk in groepen en gebouwen zoals Effata in Gent, het Jugend-Kloster in Kirchhellen, CoJoBo in Bonn, Centrum de Kapel in Roermond, de Zwanenhof in Zenderen, De Bremstruik in Roeselare of hier in Klooster Wittem. Het zijn oefenplekken van hoop, verlossing, bevrijding, inspiratie, bezieling. Het zijn werkplaatsen voor gelovigen en ongelovigen, voor twijfelaars en zoekers, voor geïnteresseerden en toevallige passanten.
Vrienden en vriendinnen, wat nemen wij mee als we uitgezonden worden?
Jezus’ reisvoorschrift is er niet om het de leerlingen moeilijk te maken, integendeel, het is er om hun reis aangenamer en sneller te doen verlopen. Als je veel bagage torst, wordt de reis erg zwaar! Wat nemen wij mee uit onze traditie? Want laten we onszelf niet overschatten: de héle traditie dragen, dat kunnen we niet. Maar wat we wel kunnen is -met die traditie in ons hoofd en in ons hart-, zoeken naar wat er op onze specifieke plaats in Vlaanderen, in Duitsland, in Zwitserland, in Engeland, in Nederland gevraagd wordt aan bevrijding en evangelische verlossing. En zelfs in die relatief kleine, nieuwe Clemensprovincie zijn er dan al grote verschillen. Zie al die verscheiden projecten die juist in die specifieke situatie konden ontstaan en groeien.
Ik denk dat we op onze uitzending mee moeten nemen de durf om te spreken over bevrijding, over verlossing, over gerechtigheid. Onze samenleving is niet geholpen met spreken over schuld, zonde, zondaars, met spreken in veroordelingen en termen van uitsluiting, met dreiging van hel en verdoemenis. In die zin mogen we als kerk ook vandaag de dag serieus aan zelfonderzoek doen.
We moeten ons vertrouwen in Gods genade meenemen. Wij mensen vermogen veel, maar zijn niet tot alles in staat; er blijft een moment in ons handelen dat niet van ons is.
Maar bovenal denk ik dat we moeten meenemen gevoeligheid, sensibiliteit voor het menselijke. Wie als kind te weinig warmte heeft genoten, zal zijn leven lang grote onzekerheid met zich meetorsen. Wie het verlies van zijn ouders nooit heeft verwerkt, blijft in schuldgevoel leven. Wie op school alleen geconfronteerd werd met fouten, met rode strepen onder lange en korte ij-en, durft nooit meer frank en vrij een gedicht te schrijven. Daar moeten we gevoelig voor zijn, dat moeten we kunnen en durven zien!
Jezus zend zijn leerlingen uit. Ze worden op weg gestuurd, twee aan twee, want ze moeten getuigen. Het getuigenis van twee is meer waard dan dat van één. Ze moeten weinig bagage meenemen, geen beurs, geen reistas en geen schoenen. Veel bagage lijkt comfortabel, maar je gaat er onder gebukt. Je zult je voortdurend afvragen of je niks vergeten bent, of je de koffer niet op het perron hebt laten staan, of je tas wel wordt teruggevonden op het vliegveld, of je niet indut in de trein. Daarom drukt Jezus de zeventig op het hart niet teveel mee te dragen.
Laten we maar twee aan twee op weg gaan: redemptoristen en leken. In Effata en Scala, in CoJoBo en de Bremstruik, de Zwanenhof en Centrum de Kapel, in het Jugend-Kloster en Klooster Wittem. Als leken gaan we met de redemptoristen hun pad, en misschien komt er een dag dat wij als leken hen mee op pad nemen.”
|