De pelgrim loopt met een andere pas
Op het podium van de oude kloosterbibliotheek van Wittem marcheert een muzikant van de fanfare Onze Lieve Vrouw in ’t Zand van Roermond in een straf tempo. En dat straffe marstempo weet hij al tellend en lopend om te zetten in een rustige en statige processiegang. De fanfare begeleide in het verleden veel bedevaartgangers in processie naar de Kapel. Aanschouwelijk maakte hij de aanwezigen op het congres ter gelegenheid van het jubeljaar van Gerardus duidelijk dat de bedevaartganger op halve snelheid terugschakelt. Zonder het zich te realiseren, vatte deze muzikant een belangrijk thema samen van het congres Pelgrimage en Pastoraat dat door de medewerkers van de bedevaartsoorden van de Redemptoristen, Roermond en Wittem, werd georganiseerd op donderdag 13 oktober 2005. Dezelfde blazer maakte in een gesprekje bij de lunch duidelijk dat het knap moeilijk is om in deze tijd de muzikanten van de fanfare nog in dat slepende processie-tempo te laten lopen. Onder leiding van de drumband schieten ze soms zo weer in het snelle marstempo van alledag. En dat is jammer, want de bedevaart zou half zo snel moeten gaan.
Zo’n 80 gasten werden verwelkomd door Philippe Cremers, hoofd van het pastoraal team van Wittem. Hij doorspekte zijn voorzitterschap met gedichten over pelgrimage en bedevaart. Hij maakte al vanaf het begin duidelijk dat het op deze dag vooral zou gaan om een delen van informatie en ervaringen en om ontmoeting, niet zozeer om wetenschap en beleid. Wel vond dit alles plaats in het kader van het feit dat er in Wittem, 250 jaar na de dood van Gerardus, nog altijd volop bedevaartgangers zijn. Ze komen niet meer per bus in grote groepen, al suggereren de parkeervakken dat nog wel. Ze komen met de auto, maar zeker zo vaak ook op de fiets of te voet. In ieder geval individueel of slechts met enkele mensen samen.
Homo Viator
Het diepgaande betoog van professor Peter Nissen was bijzonder goed te volgen, niet in het minst door de vele anekdotes. Pelgrimeren werd door Nissen gezien als een metafoor voor de hedendaagse manier van geloven; de mens is een reiziger, een homo viator. Zoals in een metafoor iets vertrouwds gebruikt wordt om iets ingewikkelds te beschrijven, zo kan het pelgrimeren mensen helpen de moeilijkheden van het leven beter te vatten. Eeuwen geleden werden mensen vanuit een vertrouwde omgeving als pelgrim op weg gezonden voor een avontuurlijke reis naar een verre bestemming, soms wel eens voor straf. En daarna keerde de pelgrim in die hechte kring van de gemeenschap terug. Die avontuurlijkheid is er in de laatste eeuwen uit verdwenen door het organiseren van parochiële bedevaarten naar bestemmingen waar in gezamenlijkheid en met groot katholiek vertoon processies werden gehouden. Voor die gelegenheid werd de parochie dus even verplaatst naar het bedevaartsoord en daarna keerde men weer terug. Maar ook deze vorm van pelgrimage is eigenlijk verdwenen. In onze tijd is er geen consistente geloofsgemeenschap meer vanwaar de pelgrim zal vertrekken. De wereld en de parochies zitten zo niet meer in elkaar en er is een afkeer ontstaan tegen groepsverbanden die als beknellend worden ervaren. Mensen verbinden zich alleen nog maar tijdelijk door gedeelde belangen of interesses. Ze gaan veel minder vanuit een gelovige zekerheid op weg maar veel meer vanuit een vraag. Werd vroeger een gelovige wel eens een pelgrimerende zoeker. Nu wordt de pelgrimerende zoeker wel eens een gelovige. Zo doet de hedendaagse pelgrim zijn naam echt eer aan. Zelfs de toeristische bedevaartganger is toch een zoeker, die wat minder snel loopt en zijn pas vertraagt. Hoe mobiel ook, er wordt gezocht naar plekken om aan te leggen en voedsel te vinden voor de ziel. Daar kan de pastor misschien tochtgenoot worden met oprechte belangstelling voor de situatie van de pelgrim: waar kom je vandaan, waar ga je naar toe? En passant staat deze mens even centraal.
Mensen op zoek
Henk Erinkveld, rector van klooster Wittem, bevestigt in zijn toespraak dat de pelgrims gewone mensen zijn die zoekend wat langzamer lopen. En ze gaan daarbij niet meer op zoek naar de Heilige (wie weet nog wie Gerardus is) maar eerder naar het Heilige. Al wandelend, dat is weer helemaal in de mode, komen ze naar Wittem. En zo nu en dan doen ze dat, samen met anderen, voor iemand die dat nodig heeft. Er is niet meer één soort pelgrim die naar Wittem komt; die ene mens is uiteengevallen in onze tijd maar zoekt wel naar eenheid. Er wordt gezocht naar plaatsen waar velen zijn of velen zijn geweest. Je mag er zijn, maar je hoeft er niets. Er wordt je niets opgelegd en je wordt niet door mensen uit je dorp, straat of familie op de vingers gekeken. Het zeker weten is voorbij: ‘God, als U bestaat, help mij dan…’
Het bedevaartsoord Wittem, maar ook de Kapel in ’t Zand te Roermond, probeert een open aanbod te doen aan mensen. Ze kunnen er terecht voor kerkdiensten en voor een kaarsje, de plek van troost en bemoediging is gebleven. Maar er is meer. Bijvoorbeeld een aanbod van bezinning en vorming, meditatie en gesprek. Er is een boekenwinkel en er kunnen religieuze artikelen gekocht worden. Nu en dan is er een concert en een expositie. Het oude pelgrimshuis heeft dus vele deuren en je kunt van hier naar daar lopen en terwijl je een kaarsje aansteekt kom je er achter dat die gespreksserie over rouw wel wat voor je buurvrouw is. De pastor moet zich realiseren dat hij de bedevaartgangers maar even ontmoet, en passant, terwijl zij weer verder reizen. Maar toen zij de pas vertraagden, was je er even bij, misschien met een goed advies.
Langs een andere weg terug
De pastor van Oudenbosch Paul Verbeek heeft de nodige ervaring op het gebied van bedevaart in eigen parochie. Misschien vormde dat ook juist de aanzet voor het initiatief om vanuit Oudenbosch bedevaarten te gaan organiseren voor parochianen. En niet dichtbij, helemaal naar Italië gaat al voor de vijfde keer de reis. Het voert te ver om daar hier uitvoerig op in te gaan. Maar ook Verbeek onderstreept dat de vertraagde pas van de pelgrim de mens de kans biedt om zich te spiegelen. Ieder keert toch anders terug en dat kan, soms pas na een lange tijd, soms al heel vlug, gevolgen hebben voor de parochie.
Tussen de middag was er een geweldige Limburgse lunch met soep, roggebrood, bloedworst en zuurvlees. Dat is goed begrepen door de organisatie want zelfs praten over pelgrimage maakt hongerig. In de werkwinkels van de middag werd dit alles op verschillende manieren uitgewerkt en ieder zag de kansen die pelgrimeren kan bieden aan individuen en groepen. Het resultaat is niet direct te meten maar en passant neemt de bedevaartganger iets mee. Voor de deelnemers was dat minstens ook enkele nieuwe liederen rond Gerardus, die in de parochie goed te zingen zijn.
Parochies, groepen en individuele personen kunnen terecht in Wittem of Roermond om meer te weten te komen of om een afspraak te maken voor een bedevaart die past bij deze tijd. De links zijn te vinden op deze website.
(Deze tekst verscheen eerder als artikel in de RoerOm.)
|