Homilie van pater generaal Joseph W. Tobin C.Ss.R.
gehouden tijdens de Eucharistieviering op de Redemptoristendag
te Wittem op 21 juni 2005
Ik ben pater Gé Janssens en de provincie van Amsterdam dankbaar voor de uitnodiging om deel te nemen aan deze viering. Veel van mijn dienst aan de Congregatie is symbolisch. Samen met de andere leden van de Generale Raad probeer ik bruggen te slaan tussen de 5500 Redemptoristen die werkzaam zijn in 77 landen rond de aardbol; met deze bruggen zoeken wij verbindingen te leggen tussen confraters en landen door de Redemptoristen er aan te herinneren dat wij een internationale familie zijn, die een gemeenschappelijke geschiedenis en missie met elkaar delen.
Vandaag wil ik proberen een ander soort brug te bouwen: een boog die de gebeurtenissen van dit jubileum verbindt met het Woord van God, door samen met u de redenen voor onze viering te onderzoeken in het licht van Gods woord. Zoals u weet, zijn er verschillende motieven voor de festiviteiten van vandaag. Wij vieren 150 jaar Nederlandse Provincie; we kijken vooruit naar de geboorte van een nieuwe provincie in Noord Europa, die plaats zal vinden zal op 1 augustus, dus over een paar weken. En Redemptoristen over heel de wereld vieren een jubileumjaar ter ere van onze medebroeder, de heilige Gerardus Majella, een heilige die bijzonder geliefd is hier in Wittem. Wel, denkt u dat het te ambitieus, of erger, te slim, is om te proberen deze drie redenen voor onze viering en de lezingen uit het Boek Genesis en het Mattheüsevangelie, die we zo juist gehoord hebben, met elkaar te verbinden?
Laten we maar eens kijken.
De eerste lezing presenteert ons Abram en zijn neef Lot, die proberen een serieus probleem op te lossen. Als nomaden tellen zij hun rijkdom in levende have; ieder van hen heeft een groot gebied grasland en meerdere waterbronnen nodig, voorzieningen die niet zo gemakkelijk te vinden zijn in het Midden Oosten. Het samenleven van hun herders heeft tot onderlinge twisten geleid, en - naar we kunnen aannemen - tot dreiging met geweld. De oplossing waar zij voor kozen was deze: wij leven verder gescheiden van elkaar.
Abram toont grote edelmoedigheid door zijn neef de eerste keus te geven; we horen dat de jongere man de gemakkelijker weg kiest, door te opteren voor de groene velden in de buurt met een reputatie van losse moraliteit.
Wat brengt Abram tot deze edelmoedigheid? Hij zegt tot Lot: "Laat er geen ruzie tussen ons zijn … wij zijn immers bloedverwanten". Met andere woorden: laten we deze stap zetten en deze verdeling aangaan omdat wij tot dezelfde familie behoren. Deze waarde is belangrijker dan onze rijkdom, ons grondgebied, of wat dan ook.
Eén reden voor onze viering is een verdeling die 150 jaar geleden gemaakt werd. Toen was het probleem niet grazig land of waterrechten, maar eerder hoe een uitgestrekt missionair veld met elkaar te delen. De verdeling van de Congregatie der Redemptoristen in provincies was al eerder overwogen door generale kapittels, zelfs al in 1749, maar de kwestie was geen dringende aangelegenheid tot aan onze snelle uitbreiding in Noord Europa en Amerika na de permanente vestiging in Wenen in 1820. De eerste zes provincies werden geboren op 2 juli 1841, namelijk Rome, Napels, Sicilië, Zwitserland, Oostenrijk en België.
Veertien jaar later, op 21 november 1855, werd een nieuwe provincie opgericht met de naam: Nederlands-Engelse Provincie. Deze nieuwe eenheid van de Congregatie werd een bron van grote vitaliteit. De Nederlandse Provincie bracht de provincies van Londen en Rio de Janeiro voort, als ook de vice-provincies van Paramaribo in Suriname en Recife in Brazilië. Deze provincie schonk in die anderhalve eeuw het leven aan moedige missionarissen, geleerde theologen, begaafde kunstenaars en musici, geestelijke schrijvers, een generale overste en zelfs een kardinaal van de Katholieke Kerk.
De grenzen van zo'n vruchtbaar veld zullen opnieuw getrokken worden op 1 augustus van dit jaar, wanneer de Nederlandse Provincie samen met de provincies van Zwitserland, Vlaanderen en Noord Duitsland een nieuwe eenheid zal vormen, waarvan de officiële naam geschreven zal worden in een oude taal: Provincia Sancti Clementis , de Sint Clemens provincie. Het spreekt vanzelf dat de situatie van Kerk en wereld, nu deze nieuwe provincie gaat ontstaan, zeer verschillend is van het scenario van 150 jaar geleden. Ik geloof, dat de basisimpuls die de Sint Clemens provincie geboren doet worden gelijk is aan dat soort energie die 150 jaar geleden aanwezig was. Deze energie komt van Redemptoristen die tot Redemptoristen zeggen: "Laten wij ons zelf organiseren op een nieuwe wijze omdat wij bloedverwanten zijn, wij zijn broeders met dezefde missie".
Misschien geeft de passage uit het Mattheüsevangelie die we vandaag gelezen hebben ons een hint met betrekking tot de missie van de Redemptoristen, gisteren, vandaag en morgen. Is deze brug te moeilijk te construeren? Tenslotte is deze lezing ontleend aan het begin van het zevende hoofdstuk van Mattheüs, waarin Jezus komt tot een afronding van de grote Bergrede. Hoe kunnen Redemptoristen luisteren naar deze passage, die lijkt op een bundel spreuken zonder verband over parels en zwijnen, poorten en een gouden regel?
Laten we beginnen met de wellicht meest bekende stelregel van Jezus, de zg. gouden regel: "Alles wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dit ook voor hen. Dit is Wet en Profeten." We weten goed dat soortgelijke versies van de gouden regel te vinden zijn bij andere grote godsdiensten, en dit gezegde is als een soort spreekwoord zelfs geaccepteerd in maatschappijen die zichzelf belijden als agnostisch of ongelovig. Toch levert de gouden regel, op zich zelf beschouwt, problemen op. Bij voorbeeld: wanneer wij personen van een andere cultuur alleen behandelen zoals wij zelf behandeld zouden willen worden, dan zou ons gedrag offensief kunnen zijn. En dit gezegde zou menige vorm van twijfelachtig gedrag kunnen rechtvaardigen. "Breng niet de misdaden van anderen aan, als je niet wilt dat iemand jouw eigen misdaden aangeeft"; "als jij er van houdt wilde feestjes bij te wonen, dan moet je ook zelf wilde feestjes geven". Als een ethisch principe is de gouden regel opmerkelijk ontvankelijk voor onethische interpretatie.
Daarom…, de gouden regel is alleen waarachtig "goud" wanneer hij geïnterpreteerd wordt in zijn christelijke context, dat wil zeggen in samenhang met de openbaring van Gods onvoorwaardelijke liefde in Jezus. Deze band is duidelijker in het evangelie van Lucas, waar de gouden regel als een soort samenvatting geldt van geheel het onderricht van Jezus over de liefde tot de vijand en het afzien van wraak. In dit evangelie is de uiteindelijke sleutel tot het verstaan van de Gouden Regel: "Weest barmhartig zoals uw hemelse Vader barmhartig is." Als wij de Bergrede van Mattheus in haar geheel lezen, dan is het duidelijk dat de woorden "aan anderen doen" niet verstandig eigenbelang bedoelen, maar dat zij eerder de grenzenloze genade van God in het licht stellen, wiens vriendelijke mensenliefde wij verplicht zijn na te volgen.
In zijn meest fundamentele vorm bestaat de missie van onze Congregatie hierin dat wij ons leven zó gebruiken dat wij een bepaalde werkelijkheid zichtbaar maken. Deze werkelijkheid heeft verschillende namen, zoals Goed Nieuws , copiosa redemptio, overvloedige verlossing. Al deze namen trachten dezelfde werkelijkheid te beschrijven: de nieuwe relatie die God is aangegaan met de mensen, in Jezus van Nazareth, Jezus de Christus. En, een wezenlijke kwaliteit van onze zending is dat wij ons leven richten op de mensen aan de rand van maatschappij en Kerk, mensen waarnaar de Redemptoristen van oudsher verwijzen als de 'meest verlatenen'. Onze zending brengt ons daar waar de Kerk niet kan of niet wil gaan. Het is een zending om de liefde van God te onthullen op plaatsen waar God's kinderen minder kansen hebben om deze op zich zelf te ontdekken.
De zending van onze Congregatie moet verschillende vormen aannemen in overeenstemming met tijden en plaatsen. We kunnen kijken naar de dynamische geschiedenis van de Provincie van Amsterdam en de verschillende manieren waarop de Nederlandse Redemptoristen hebben geprobeerd de reddende liefde van God in Jezus Christus zichtbaar te maken; een zending die wij nu uitvoeren met leken, mannen en vrouwen, met wie wij onze geest delen, die dezelfde roeping voelen om de werkelijkheid te onthullen die God tot stand heeft gebracht in Jezus. Het is een zending die wij gepassioneerd moeten beleven.
Dit brengt ons op het onderwerp van de parels en Gerardus Majella.
In het evangelie van vandaag waarschuwt Jezus er voor heilige zaken niet aan de honden te geven of parels voor de zwijnen te werpen. Is deze waarschuwing van Jezus gericht tegen de dwaasheid van het geven van kostbare zaken aan hen die deze niet kunnen waarderen? Als hij dat bedoelt, dan komt een andere vraag op: volgde Jezus zijn eigen raad op? Bracht hij in praktijk wat hij preekte?
Jezus gaf een nieuwe definitie van wat het wil zeggen heilig te zijn, daarbij de rituele wetten opzij zettend: wat iemand onrein maakt, wáár te bidden, wie buitengeworpen of buitengesloten moet worden. Jezus ruimde de traditionele barrières op die "goed volk" scheidden van alle anderen. Voor Jezus waren er geen "zwijnen" of "honden", dat wil zeggen categorieën van mannen en vrouwen die de heilige dingen van God niet waardig zijn.. Ja, dit was een riskante boodschap. Ja, sommigen konden het niet waarderen dat God zichzelf openbaart in Jezus en ja, uiteindelijk keerden deze mensen zich tegen Jezus en "scheurden hem in stukken". Maar, als hij zijn laatste adem uitblaast, dan scheurt het voorhangsel van de tempel in tweeën. Nu zijn mannen en vrouwen vrij tot God te gaan, en God is bevrijd van het heiligdom en kan naar zijn volk toe komen.
De uitnodiging een leerling van Jezus te zijn is een uitnodiging tot hartstocht: tot het onthullen van de hartstochtelijke liefde van God voor zijn mensheid, maar speciaal voor de armen en buitengeslotenen, en om hartstochtelijk te leven, zelfs met het risico 'in stukken gescheurd te worden'. Als wij Redemptoristen op ons best zijn dan slagen wij erin deze hartstochtelijke liefde voor God en voor Gods's volk zichtbaar te maken. Dit jaar eren wij Gerardus Majella - inderdaad, een Redemptorist op zijn best - een man die God hartstochtelijk liefhad en zijn leven op een gelukkige wijze wijdde aan de marge van zijn Kerk en maatschappij, daarbij voor de armen de werkelijkheid van Gods liefde voor hen onthullend. Aan het einde van zijn leven, nu 250 jaar geleden, scheurde de passie van Gerardus hem in stukken, en stierf hij, nog maar een jonge man. Maar stukjes en beetjes van zijn gepassioneerde leven hebben zich verspreid over de wereld en zelfs vandaag de dag gaat Gerardus door met voor ons de werkelijkheid van Gods liefde in Jezus Christus te onthullen.
Dank u voor uw geduld met mij toen ik probeerde enkele bruggen te bouwen tussen de gebeurtenissen die wij vieren en het Woord dat we beluisterd hebben. Misschien was de taak te ambitieus en zeker is mijn taal vreemd en primitief. Ik vraag jullie vergeving en eindig met te wijzen op een andere brug, een die niet een schepping is van iemand van ons: de brug van de Eucharistie, die ons met elkaar verenigt en ons allen met God in het Lichaam en Bloed van Jezus. Wij zijn dankbaar voor de jubilea die wij gedenken: de anderhalve eeuw van de Nederlandse Provincie, de 250 jaren sinds de dood van de H.Gerardus en de eeuw sinds zijn heiligverklaring. Maar wij zijn ook dankbaar voor de moed van de Nederlandse Redemptoristen van vandaag die op het punt staan in zee te gaan met hun Vlaamse, Zwitserse en Duitse medebroeders in de nieuwe structuur van de Sint Clemens Provincie. Moge God, op voorspraak van Gerardus Majella en al onze heiligen, hun moed belonen met een verdiepte hartstocht voor Gods Koninkrijk…..Amen!
(vertaling: J. Konings C.Ss.R. Wittem)