Vanaf een van de flanken van de Gulpener berg, bijna onder de beschermende armen van een reusachtig Mariabeeld op de top, doemen de twee kloosters op aan weerszijden van de N278 die Maastricht met Vaals verbindt. De grimmige contouren van de vesting in het dorp Partij vervagen in een sluier van mist waardoorheen een winters zonnetje probeert te breken.
Hier huizen de Redemptoristinnen, leden van een contemplatieve vrouwelijke orde die met nog meer overgave God binnen en de wereld buiten de muren van hun klooster houden sinds zij op de lijn Gijsen zitten. Schuin links ligt het klooster van Wittem, sinds 1836 eigendom van de Redemptoristen en een minder massieve burcht, hoewel vanaf de uitkijkplaats de weinig uitnodigende muren rondom de processietuin niet zijn te zien. De deur van de kloosterkerk staat in tegenstelling tot die in het fort aan de overkant van de provinciale weg altijd open en dat stelt de recreatieve wandelaar of fietser - Wittem figureert bepaald niet in de vele routes door het Limburgse heuvelland - in de gelegenheid een prachtige barokke kerk, tevens bedevaartsoord vanwege de verering van de heilige Gerardus, binnen te stappen. 'Jaarlijks komen hier 250 duizend bezoekers, ouderen en jongeren', benadrukt een pastor die de kloosterpoort zelf voor ons opent. 'De jongeren gaan vaak niet naar de mis, maar steken wel een novenenkaars (om een gunst te vragen, red.) op', vervolgt hij. Voor de kerk, hoe fraai ook, zijn we niet gekomen. Wel voor de kloosterbibliotheek. 'Op zich al een bezoek waard', stond in de uitnodiging voor een expositie van kerstkribben. De bibliotheek is alleen tijdens evenementen - steeds meer, dat wel en steeds populairder, dat ook - geopend. Hou dus de evenementen in het klooster in de gaten en je kunt een knots van een volledig uit hout opgetrokken, honderdjarige bibliotheek betreden, waarvan elke boekenliefhebber tranen in zijn ogen krijgt. Wenteltrappen leiden naar smalle loopbruggen die de bezoeker met zijn neus op de boekenwanden drukken. Alleen, met de boeken is iets aan de hand. Die zijn van overleden redemptoristen. De oorspronkelijke kostbare collectie werd eind jaren zeventig verkocht nadat enkele atlassen van Blaeu (!) waren gestolen.
Bron: Volkskrant (11-12-1999) - Cees Gloudemans |